Dag 1: wat gebeurt er vóór je gaat snaaien?
Je staat bij de kast, pakt iets lekkers en voor je het weet is het op. Misschien pak je nog wat. Daarna komt de bekende gedachte: 'waarom doe ik dit nu weer? ik zou toch gezonder gaan eten?'
Op zo'n moment gaat je aandacht al snel naar wat je hebt gegeten. Vandaag kijken we naar wat eraan voorafging. Want als je wilt begrijpen waarom je steeds op bepaalde momenten naar eten grijpt, helpt het om te ontdekken wat er op die momenten bij jou speelt.
Misschien heb je de hele middag lopen zorgen en regelen en ben je zelf nauwelijks aan eten toegekomen. Misschien plof je na een drukke dag op de bank en wil je eindelijk even iets voor jezelf. Of je hebt een vervelend gesprek gehad en loopt daarna bijna vanzelf naar de keuken. Het kan ook een gewoonte zijn: de kinderen liggen in bed, de tv gaat aan en daar hoort wat lekkers bij. Of eten uit verveling.
Je hoeft vandaag niets op te lossen. We beginnen met 1 moment wat beter bekijken.
De opdracht van vandaag
Kies een moment waarop je zin krijgt om te gaan snaaien. Je kunt het op dat moment onderzoeken, maar terugkijken mag ook. Gebeurt het vandaag niet? Neem dan een recent moment in je hoofd dat je nog goed kunt herinneren.
Schrijf kort je antwoorden op deze vragen. Een paar woorden per vraag is voldoende, je hoeft er geen heel boekwerk van te maken.
Vraag 1: Waar wat je en hoe laat was het?
(bijvoorbeeld in de keuken tijdens het koken, op je werk in de middag of op de bank na het naar bed brengen van de kinderen)
Vraag 2: Wat gebeurde er vlak daarvoor?
(was je ergens druk mee? Had je een gesprek gehad? Iets afgerond? Of juist even rust? Beschrijf wat er gebeurde, ook als het iets kleins lijkt)
Vraag 3: Hoe voelde je je op dat moment?
(bijvoorbeeld moe, onrustig, geïrriteerd, verdrietig, verveeld. opgelucht, etc. Misschien weet je het niet meer precies. Schrijf dan op wat je wél opmerkt)
Vraag 4: Wat merkte je in je lijf en wanneer had je voor het laatst gegeten?
(had je een lege maag, weinig energie, spanning in je schouders of een vol hoofd? Had je voldoende gegeten die dag? Honger en emoties kunnen ook tegelijk aanwezig zijn, je hoeft geen keuze te maken)
Vraag 5: Welke gedachte ging er door je hoofd toen je iets wilde pakken?
(bijvoorbeeld 'ik heb dit verdiend', 'even iets voor mezelf' of 'ik ben zo moe, ik wil gewoon iets lekkers)
Vraag 6: Wat hoopte je dat het eten je zou geven?
(misschien genot, pauze, troost, afleiding of gewoon een gevulde maag. er is geen goed antwoord dat je moet vinden. Kijk wat voor jou op dat moment klopte)
Wat valt je op? Lees je antwoorden even terug en maak deze zin af:
"Ik kreeg zin om te snaaien nadat ... en op dat moment ..."
(bijvoorbeeld 'ik kreeg zin om te snaaien nadat de kinderen eindelijk sliepen en op dat moment merkte ik pas hoe moe ik was')
Eén moment vertelt nog niet het hele verhaal. maar het geeft je wel iets concreets om verder te onderzoeken. Als je vaker kijkt naar wat eraan vooraf gaat, kun je gaan herkennen welke situaties bij jou terugkomen.
Laat het voor vandaag hierbij. Je hoeft jezelf niet te beoordelen op wat je hebt gegeten en je hoeft ook geen perfecte verklaring te hebben. Je hebt even stilgestaan bij iets wat anders misschien op de automatische piloot gebeurt. Dat is de oefening van vandaag.
Wil je delen wat je opviel, loop je vast bij een vraag of wil je je antwoorden delen als stok achter de deur? Je mag reageren op de mail die je van mij hebt gekregen.
Ik zie je morgen voor dag 2.
Liefs,
Kim
Contact
06 219 419 72 (whatsapp)
kim@praktijkkimgroot.nl
Postadres:
Heerensingel 69, 1715 AB Spanbroek
Praktijk:
Spierdijkerweg 106, Spierdijk
(Gezondheidscentrum De Kerk)
KVK: 83820280
BTW: NL003875173B60
© 2026. All rights reserved.
