Dag 2: wat verwacht je van dat koekje?
Misschien herken je dit: je hebt de hele dag gewerkt, geregeld en voor anderen klaargestaan. Zodra het rustig is, zet je thee en pak je iets lekkers. Eindelijk even zitten. Even iets voor jou.
Dat eten kan bij het moment hopren waarop je dag eindelijk klaar voelt. Of het geeft je iets om naar uit te kijken als je moe bent. Als je jezelf vervolgens alleen vertelt dat je ermee moet stoppen, blijft dat verlangen naar rust of iets fijns gewoon bestaan.
Gisteren heb je gekeken naar wat er vóór het snaaien gebeurt. Vandaag onderzoeken we wat je er van verwacht. Dat hoeft geen diep verborgen reden te zijn. Soms heb je honger, soms vind je iets gewoon lekker en soms speelt er meer tegelijk.
De opdracht van vandaag
Pak het moment erbij dat je gisteren hebt onderzocht, of kies een nieuw moment waarop je zin had om te snaaien. Schrijf kort je antwoorden op de volgende vragen:
Vraag 1: Waar keek je naar uit toen je iets wilde pakken?
(was het vooral de smaak? Het even zitten met wat lekkers? Een beloning omdat je dag erop zat? Of hoopte je even minder bezig te zijn met je zorgen of irritatie?
Vraag 2: Maak deze zin af: "Met iets lekkers hoop ik even ..."
(bijvoorbeeld 'te ontspannen', 'iets voor mezelf te hebben', 'niet meer aan dat gesprek te denken' of 'mijn honger te stillen'. Schrijf op wat bij jouw moment past, ook als je antwoord heel eenvoudig is.
Vraag 3: Wat bracht eten je op dat moment?
(misschien genoot je ervan, zakte je spanning of was je even afgeleid. Misschien at je zo snel dat je er nauwelijks iets van proefde. Kijk naar wat er werkelijk gebeurde)
Vraag 4: Hoe was het een tijdje later?
(had je nog steeds honger? Voelde je je rustiger of bleef je moe en onrustig? Was het een fijn moment geweest, of bleef je zoeken naar nog iets? Probeer dit te beschrijven zonder er meteen 'goed' of 'slecht' van te maken)
Vraag 5: Als je naar het hele moment kijkt, waar had je behoefte aan?
(dat kan voldoende eten zijn, maar ook rust, plezier, contact, troost, afleiding of even zelf mogen bepalen wat je doet. Er kunnen meerdere dingen tegelijk spelen)
Een voorbeeld:
"Toen de kinderen sliepen, pakte ik chocolade. Ik keek vooral uit naar even zitten en iets voor mezelf hebben. Het was lekker, maar ondertussen ruimde ik de keuken verder op. Daarna was ik nog steeds moe en wilde ik meer. Ik denk dat ik vooral behoefte had aan een echte pauze."
De chocolade in dit voorbeeld was wel lekker, maar de pauze kwam er nauwelijks van. Dat is iets wat je makkelijk mist als je achteraf alleen denkt 'ik heb weer te veel gegeten'.
Wat ontdek je over jouw moment?
Maak tot slot deze zin af:
"Het eten gaf me ..., en daarnaast had ik behoefte aan ..."
Misschien ontdek je dat je vooral honger had en dat het eten je goed deed. Misschien gaf het je afleiding, terwijl je ook behoefte had aan iemand bij wie je je verhaal kwijt kon. Of misschien was het gewoon een lekker moment waar je van hebt genoten. Je hoeft er geen probleem van te maken als dat er voor jou niet was.
Voor vandaag hoef je nog geen alternatief te bedenken. Eerst begrijpen wat eten je brengt, helpt je straks om een kleine verandering te kiezen die ook echt bij jouw situatie past.
Wil je delen wat je hebt ontdekt? Je mag reageren op de mail van vandaag.
Morgen gaan we verder met dag 3.
Liefs,
Kim
Contact
06 219 419 72 (whatsapp)
kim@praktijkkimgroot.nl
Postadres:
Heerensingel 69, 1715 AB Spanbroek
Praktijk:
Spierdijkerweg 106, Spierdijk
(Gezondheidscentrum De Kerk)
KVK: 83820280
BTW: NL003875173B60
© 2026. All rights reserved.
